Nog veel belemmeringen bij recycling

In opdracht van Rijkswaterstaat heeft IPR Normag onderzoek verricht naar het recycletarief.

Circulair beheer van afval mag wat kosten, maar er zijn grenzen. Het Landelijk AfvalPlan-3 (LAP3) hanteert daarvoor een grenswaarde van € 205,- per ton. Dat bedrag wordt voor meerdere functies gebruikt. Eén van die functies is om in uitzonderlijke situaties de mogelijkheid te bieden om afvalstromen, die normaal gesproken moeten worden gerecycled, toch laagwaardiger te mogen verwerken.

Bij de overgang van LAP3 naar het Circulair Materialen Plan (CMP) wordt ook het gebruik van dit tarief tegen het licht gehouden. Waar het gaat om deze specifieke functie spelen daarbij vragen als ‘of en hoever moeten we indexeren?’, ‘moeten we met verschillende tarieven voor de verschillende stromen gaan werken?’, ‘voor welke afvalstromen moet dit blijven gelden?’, ‘zijn er nieuwe stromen waarvoor het moet gelden?’, et cetera.

In het onderzoek zijn verschillende factoren teruggekomen bij de analyse per grondstofstroom. Dit zijn:

  1. Energieprijs. De energieprijs is voor veel recyclers van doorslaggevend belang bij het aangeven van het poorttarief. De huidige hoge energieprijzen hebben directe invloed op dit tarief en bepalen voor een groot deel ook de mogelijkheden van het toepassen van een recycletarief. Dit geldt uiteraard vooral ook voor afvalstromen waar energie noodzakelijk is om te komen tot een goede recycling. Voorbeelden zijn luiers- en incontinentiemateriaal en de verschillende kunststoffen.
    Hierbij geldt dat de onderzoeksperiode bepalend kan zijn voor de invloed van de energieprijs op de afgegeven tarieven en volatiliteit. Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode juni-augustus 2023: een periode van hoge energietarieven.
  2. Conjunctuur. Voor een groot deel van de afvalstromen is de conjunctuur bepalend voor het poorttarief. Bij een toenemende vraag naar materialen en grondstoffen stijgt doorgaans de opbrengst van secundaire materialen en gerecyclede grondstoffen. Het moment van onderzoek is daarom van belang voor de hoogte van het tarief. Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode juni-augustus 2023: de marktprijzen zijn afgegeven voor een periode van laagconjunctuur, met een stagnerende economische groei (-0,2% over tweede kwartaal 2023)[1].
    Met name de bouw gerelateerde afvalstromen hebben hier mee te maken: deze secundaire materialen zijn vaak goed toepasbaar in nieuwbouw, maar er bestaat een voorkeur voor primaire materialen als deze goed voorhanden zijn en qua prijs vergelijkbaar zijn. Hoogconjunctuur drijft de vraag naar secundair materiaal op, laagconjunctuur zorgt voor een lage marktvraag.
  3. Wet- en regelgeving. Voor met name de meer chemische en (potentieel) gifstofhoudende afvalstromen is de wet- en regelgeving van doorslaggevend belang in het wel of niet aanbieden van recyclecapaciteit. Aangezien het LAP storten als een optie ziet voor deze afvalstromen, ontbreekt er vaak een markt voor recycling. Het loont blijkbaar niet om deze afvalstromen te recyclen, noch vormt het grenstarief een beperking daarvoor.
  4. Volume. In algemene zin geldt dat grote volumes meer opties voor recycling hebben en kleine volumes vrijwel geen mogelijkheden. Daarbij komt ook dat verschillende afvalstromen nog te weinig volume kennen in de huidige markt om tot goede recycling te komen (denk aan glasvezelkabels en zonnepanelen) of te weinig volume hebben om überhaupt te recyclen (Fluorescentiepoeder, Halogeenarme oplosmiddelen)
  5. Strategische contractvorming. Het moment van aanbesteden, de hoeveelheid aangeboden afval en de inzamelcondities bepalen voor een belangrijke mate het poorttarief. De mate waarin organisaties daarop goed inspelen, maakt uit in de reactie die zij geven op de hoogte van het poorttarief.
    Dit geldt met name voor de grondstofstromen die vrijkomen vanuit de publieke sector, waar aanbesteding de centrale drijfveer vormt om te komen tot nieuwe contracten. In de private sector zijn er meer mogelijkheden om te sturen op strategische prijzen, mede omdat dat één van de verdienmodellen in de private markt voor afvalverwerking is.
  6. Kwaliteit van de afvalstroom. Voor alle afvalstromen geldt dat de kwaliteit van de aangeleverde afvalstroom doorslaggevend is voor de hoogte van het poorttarief. De vuistregel is: des te hoger de (potentiële) vervuiling, des te hoger het poorttarief. Het geschikt maken voor recycling is bij vrijwel alle onderzochte afvalstromen afhankelijk van de mate waarin de afvalstroom schoon aangeleverd wordt of schoon gemaakt kan worden.
  7. Kritische blik op de grenswaarde. Vanuit meerdere gespreken komt naar voren dat verwerkers kritisch zijn op de overheid bij het bepalen van grenswaarden voor recycling. Zij geven verschillende redenen hiervoor aan:
    • De grenswaarde is er wel, maar wordt niet gebruikt tijdens het afwegen om wel of niet te recyclen. De grenswaarde is dan geen belemmering om te recyclen. Bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een alternatief zoals storten of verbranden. Het beperken van de mogelijkheden voor recyclen, zoals bij IBC-bodemassen dat niet langer als fundering voor wegen toegepast kan worden, is veel bepalender voor de verwerkingsroute.
    • Er is voor het sectorplan geen grenswaarde en dit is ook niet gewenst, zoals stromen met producentenverantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld voor Afgedankte Electrische en Elektronische Apparaten (AEEA), waar producten ook voor recycling aangeboden worden bij tarieven ruim boven de grenswaarde van € 205,-). Of voor banden, waar de producentenverantwoordelijkheid en het grenstarief juist een averechts effect zouden hebben volgens de UPV-organisatie: dan hoeven namelijk banden niet langer gerecycled te worden.
    • Er worden liever andere maatregelen genomen om te komen tot een verbetering van de recycling. Respondenten benoemen bijvoorbeeld de mogelijkheden om afvalstromen te exporteren voor recycling in het buitenland een potentieel lek: vanaf daar is het eenvoudiger om de restanten van de recycling te storten. Een verbod op deze export kan veel meer helpen dan een recycletarief. Deze maatregelen zullen in samenwerking met de industrie gemaakt moeten worden om zo effectief te zijn. Volgens de gesproken partijen hebben dat soort maatregelen meer effect om een circulaire keten te creëren.
  1. Mixstroom. De meeste onderzochte afvalstromen zijn mixstromen, samengesteld uit verschillende onderlinge afvalstromen. Textiel omvat bijvoorbeeld de breedte van schoeisel tot en met kleding, tapijt omvat een breed aantal soorten, groenafval is zeer verschillend naar herkomst en samenstelling. De mogelijkheden voor recycling hangen sterk samen met deze onderliggende deelstromen.

Meer weten? Neem contact op met één van onze adviseurs.